Jutta Leerdam won goud op de 1000 meter tijdens de Olympische Winterspelen in Milaan. Een historische prestatie, want ze versloeg haar eigen landgenote Femke Kok die net daarvoor nog het olympisch record had verbeterd. Maar wat levert zo'n gouden plak haar eigenlijk op?
Olympisch goud
Het was een spannende wedstrijd op het ijs in Milaan. Femke Kok zette in haar rit een geweldig tijd neer en verbeterde zelfs het olympisch record. Maar Leerdam liet zich niet van de wijs brengen en reed in de slotsrit een tijd van 1:12.31. Daarmee pakte ze het goud en moest Kok genoegen nemen met zilver. Brons was er voor de Japanse Miho Takagi.
Een olympische titel is natuurlijk onbetaalbaar, maar sportkoepel NOCNSF hangt er ook een financiële bonus aan. Wie individueel goud wint, krijgt een bonus van 30.000 euro bruto. Wel is het een afscheid van een tijdperk: na de Spelen in Milaan stopt NOCNSF definitief met het uitkeren van dit soort medaillebonus. Het geld gaat voortaan naar de ontwikkeling van nieuwe talenten.
Het bedrag van 30.000 euro klinkt mooi, maar de Belastingdienst kijkt ook mee. Topsporters als Leerdam, die naast hun sportcarrière ook flink verdienen aan sponsors en commerciële deals, vallen al snel in het hoogste belastingtarief. Dat betekent dat ze mogelijk bijna de helft van haar bonus moet afdragen. In het beste geval houdt ze er zo'n 15.000 euro netto aan over.