Op de valreep richting Prinsjesdag is de tevredenheid over het kabinet-Jetten gezakt naar het laagste punt sinds het aantreden van premier Rob Jetten in februari. Volgens een peiling van onderzoeksbureau Ipsos I&O is nog maar 18 procent van de kiezers te spreken over het beleid van het kabinet.
Ontevredenheid stijgt naar record
Aan de andere kant van de meting is zeven op de tien kiezers ontevreden over het kabinet, wat juist het hoogste niveau tot nu toe is. Bij de vorige meting, in juli, lagen die verhoudingen nog een stuk gunstiger: toen was 63 procent ontevreden en 26 procent tevreden.
De daling in tevredenheid speelt niet alleen bij oppositiekiezers. Ook binnen de coalitiepartijen zelf loopt de steun terug: bij D66 is nog iets meer dan de helft van de eigen achterban tevreden, bij het CDA is dat 43 procent en bij de VVD 32 procent.
Eerdere metingen van Ipsos I&O lieten al zien dat het kabinet op vrijwel geen enkel dossier het vertrouwen van de kiezer weet vast te houden. Voor geen van de negen voorgelegde crises en beleidsterreinen kwam het aandeel kiezers dat optimistisch is boven de 17 procent uit.
Vooral op asiel en migratie kalfde het vertrouwen sterk af: van 47 procent in mei 2024, via 21 procent kort na het aantreden in februari, tot slechts 15 procent halverwege dit jaar.
Het lage cijfer van nu volgt op een periode waarin het kabinet juist voorzichtig herstel liet zien. Vijf maanden na het aantreden steeg de tevredenheid van 19 naar 26 procent, de eerste positieve knik sinds de beëdiging op 23 februari.
Die opleving hing destijds vooral samen met een stikstofpakket dat het kabinet eind juni presenteerde, tot stand gekomen met steun van PRO.
Zwakke start
Al na drie maanden regeren scoorde het kabinet-Jetten lager dan zijn voorgangers. Destijds was een kwart van de kiezers tevreden en bijna twee derde ontevreden, een lagere tevredenheid dan bij de kabinetten Rutte IV en Schoof na diezelfde periode, die beide op 32 procent uitkwamen.
Bronnen